Laatst kreeg ik van iemand die ik ken van Facebook een verzoekje om ook contact te houden via LinkedIn. Leuk hoor, dat LinkedIn, maar ik doe er eigenlijk niet zo veel mee. Ik vond het dan ook betrekkelijk zinloos om dat verzoekje te accepteren, maar ja, je kent het gevoel ongetwijfeld: je wilt niet al te lullig overkomen, en baat het niet, dan schaadt het toch ook niet?
Na de klik op ‘Accept’ werd ik door LinkedIn meteen getrakteerd op een indrukwekkende lijst van mensen die ik mogelijk zou moeten kennen. Het is vreemd, maar op internet vind ik het inmiddels al de normaalste zaak van de wereld dat men bij netwerken, webwinkels, etc. zo ongeveer alles van me weet.
In de echte wereld zou ik dat niet accepteren. Stel nou bijv. dat ik een filiaal van Blokker binnenwandel, en ik word bij de ingang begroet door zo’n typische Blokkergeit:
“Goedemiddag, Geuzenpartij! U hebt onze winkel dit jaar al 12 keer bezocht, en u hebt tijdens deze bezoekjes in totaal 34,56 uitgegeven. Uw vriend Koekiemonster heeft hier laatst een koektrommel aangeschaft. Mogelijk bent u ook geïnteresseerd.”
Ik zou nooit meer naar de Blokker gaan; en jij ook niet!
Maar goed, dit is internet, dus ik heb me maar laten verrassen door de voorstellen van LinkedIn. Ik zag al direct een hele serie namen van vrienden van vrienden op Facebook en Google+. Op zich allemaal nog niet eens echt schokkend, want zo werkt dat nou eenmaal tegenwoordig. Verder kwam ik nog heel wat namen tegen van mensen met wie ik de afgelopen jaren contact heb gehad via Gmail. Het is dan ook meteen duidelijk waarom Gmail en andere vergelijkbare diensten gratis zijn!
Het meest in het oog springend was echter de naam van een ex-werkgeefster. Met deze trien heb ik in de jaren 1998 en 1999 ruzie gehad over zaken als reiskosten, vrije dagen, overuren en wat dies meer zij. Het bleek nl. dat ze zeer goed was in het strooien met cijfers, want op het eerste gezicht leek het allemaal wel te kloppen, maar bij herberekening door mezelf kreeg ik helaas de indruk dat ze mij constant aan het bestelen was.
Het ging veelal om een paar dubbeltjes hier en een paar kwartjes daar. Op zich stelden deze bedragen natuurlijk niets voor, maar ze kwamen wel elke werkdag terug! (Ik schreef overigens al eerder over haar, waarbij ook andere zaken omtrent haar visie en overtuiging aan de orde komen.)
Al mijn herberekeningen en klachten heb ik destijds via een e-mailadres van het niet meer bestaande WordAccess / WXS verstuurd. We praten hier dus over de grijze oudheid van de nadagen van de vorige eeuw, en over de begindagen van het internet. Inmiddels hebben we met z’n allen ongetwijfeld vele miljoenen terabytes aan e-mail geproduceerd, maar ik denk niet dat er ooit één letter van wordt weggegooid. Het blijkt nl. allemaal, zelfs na grofweg 15 jaar, nog steeds geld waard te zijn!
En wat kan ik hier nou tegen doen? Tsja, ik zal de link naar deze log maar op mijn Facebook zetten. En zo houd ik het systeem dus gewoon in stand! Zucht…


Zo! Dat was een hele klus om die LAN-kabel vanuit de woonkamer dwars door het huis heen te trekken naar de hobbykamer. Maar het werkt nu, en ik ben er dik tevreden mee. Dit is met 100 Mbit/s niet alleen veel sneller dan via WiFi; het is ook nog eens een stukje veiliger. Er is immers niemand meer die evt. op mijn draadloos netwerk kan meeliften?
Na nog een paar keer bellen met de helpdesk bleek er alleen nog maar een noodoplossing te zijn: een LAN-kabel. Daarmee zou ik direct toegang krijgen tot het modem, en zou ik op onderzoek uit kunnen gaan.
Zo rond 2005 werd de nieuwe generatie modems geïntroduceerd. Modem en splitter zaten nu samen in één apparaat met de illustere naam Livebox (foto).
Bij de NS denken ze gelukkig nu eens drie keer na voordat ze die
Via-via leerde ik iemand kennen die ik hier maar Klaas noem. Al jaren streed hij tegen corrupte rechters en andere foute magistraten. Hij had een zeer uitgebreide website van wel meer dan 100 pagina’s, maar door het ontbreken van duidelijke navigatie zat daar dus eigenlijk geen enkele structuur in.
In 2004 kwam ik in contact met een meid die ik hier gemakshalve maar Franciska noem. Ze zag in dat zaken als rookverbod en ID-plicht niet op zichzelf stonden, maar samen slechts een klein onderdeel vormden van een veel groter geheel.
Vlak na de oprichting van Actiefront! in 2004 ben ik op zoek gegaan naar medestanders. Al vrij snel kwam ik zo in contact met een aantal overgebleven medewerkers van de roemruchte Tuf-Tuf Club.
Zoals al vermeld in het vorige deel, komt er hier via e-mail nogal wat domheid binnen. Deze domheid gaat in de regel ook nog eens gepaard met een enorme taalachterstand.
Het zal beslist niet voor iedere individuele Hyver m/v opgaan, maar helaas bereikt de meeste domheid mij via Hyves! Het gaat hier echt wel om goedbedoelde groepsberichten omtrent geplande acties, maar het ontbreekt vaak gewoon aan de benodigde extra informatie, en in een enkel geval wordt er zelfs een onjuiste datum genoemd.
Falende jeugdzorg, medische fouten, corrupte rechters, oppermachtige pillendraaiers, criminalisering van de gewone burger, inbreuk op privacy, beperking van keuzevrijheid, verregaande regeltjesdrift… Over al deze zaken en nog veel meer zul je wel één of meerdere websites vinden. Goed dat ze er zijn, want internet is natuurlijk een perfecte uitlaatklep.
“Lees mijn nieuwste logje!” Of: “Lees onderstaand verhaal en stuur het door!” Nog steeds ontvang ik met de regelmaat van de klok dergelijke berichten. De laatste jaren ga ik daar steeds minder vaak op in, want velen willen vooral dat heel Nederland niets anders leest dan hun logs en hun e-mails!


